De synoptische weersverwachting ontwikkelde zich snel na 1860, toen overal op aarde meteorologische diensten werden opgericht.
Nationale Weerdiensten:
In 1868 werden tijdens de stormen op de Grote Meren in de Verenigde Staten meer dan
3000 schepen beschadigd of naar de bodem gejaagd en verloren ongeveer 530 mensen
het leven. Dit leidde tot een wetsvoorstel in het Congres, dat in 1870 door president
Ulysses S. Grant werd goedgekeurd, en voorzag in de oprichting van de eerste officiële
weerdienst. Dit was de meteorologische afdeling van de verbindingsdienst van het
Amerikaanse leger, beter bekend als het Weerbureau. Behalve in de Verenigde Staten,
Frankrijk en Groot-
De Bergense school:
Een belangrijke stap voorwaarts werd tussen 1918 en 1923 gezet door een groep Skandinavische
meteorologen onder leiding van Vilhelm Bjerknes (1862-
Weer en oorlog
De twee wereldoorlogen stimuleerden vriend en vijand om het weer nog beter te volgen
en te voorspellen. De weersituaties konden immers rechtstreeks een invloed hebben
op de afloop van veldslagen. Zo konden da landingen van de geallieerden in Normandië,
op 6 juni 1944, plaats tijdens een tijdelijke weersverbetering die nauwkeurig was
voorspeld door Amerikaanse en Britse meteorologen. De ontwikkeling van de meteorologie
werd ingrijpend beïnvloed door de technologische ontwikkelingen die plaatsvonden
in het kader van de oorlogsinspanningen. Experimenten aan het einde van de negentiende
eeuw met ballonnen die meteorologische instrumenten omhoog brachten hadden in de
jaren dertig geleid tot de komst van de radiosonde: een klein instrumentenpakket
opgehangen aan een ballon. De instrumenten maten onder andere luchtdruk, temperatuur
en vochtigheid. Die gegevens werden door een radiozender naar de aarde gestuurd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog breidden de meetnetten van radiosondes zich snel uit,
waarbij de sondes zelfs tot in de stratosfeer kwamen. Dit alles leidde tot een vloed
aan nieuwe informatie. Ballonnen werden ook vanaf de aarde gevolgd met optische theodolieten
(instrumenten die horizontale en verticale hoeken meten), ten einde windsnelheden
te kunnen berekenen. De ballonnen dreven echter vaak uit het zicht en verdwenen achter
wolken. De radar (foto's rechts) die tijdens de Tweede Wereldoorlog op grote schaal
werd ontwikkeld voor het opsporen en volgen van vliegtuigen, verschafte de oplossing
voor dit probleem. Men ontdekte ook dat radar kon worden gebruikt voor het volgen
van buiencomplexen. Zo kon men op weerstations veel langer van tevoren cyclonen,
fronten, onweersbuien en tornado's zien aankomen.
Bovenste luchtlagen
Met behulp van de metingen van radiosondes en radarapparatuur konden meteorologen weerkaarten samenstellen voor de hogere lagen in de atmosfeer. Dit was een zeer belangrijke doorbraak, omdat de druk, temperatuur en windsnelheid op grote hoogte een grote onvloed hebben op de weersituaties aan het aardoppervlak.
Carl Gustav Rossby
Als leerling van Vilhelm Bjerknes was Carl Gustav Rossby (1898- de meest invloedrijke meteorologen van de twintigste eeuw. Hij werd geboren
in Zweden en ging in 1926 naar Verenigde Staten. Hier deed hij baanbrekend onderzoek
over de algemene circulatie van de atmosfeer en de slingerende, langgolvige patronen
van westwaartse luchtstromingen in de hogere atmosfeer, nu bekend als Rossbygolven.
Rossby ontwikkelde ook wiskundige modellen voor de weersverwachting en legde eveneens
de grondslag voor de eerste succesvolle (nummerieke) computermodellen voor het voorspellen
van het weer. Hij voorspelde eveneens het bestaan van straalstromen. In de Tweede
Wereldoorlog kwamen de piloten van B-